Duitse rechter oordeelt over AI-output: geen auteursrechtelijke bescherming
In München heeft een rechter uitspraak gedaan in een zaak in een zaak waarin de vraag werd gesteld of met behulp van AI gegenereerde output in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming.
De eiser in dit proces had met behulp van generatieve AI drie logo's laten maken. De prompts om deze logo's te maken varieerden, van een korte prompt om tot een logo van een boek te komen, een lange prompt om te komen tot een envelop-logo en een prompt met diverse vervolg-prompts (zogenaamd iteratief) om te komen tot handdruk-logo. De eiser claimt het auteursrecht op de logo's en vergelijkt zijn werk met dat van een beeldhouwer waarbij AI slechts een beitel is om tot het werk te komen, een technisch hulpmiddel.
De rechter ging hier niet in mee. Het begrip 'werk' in de auteursrechtelijk zin moet voldoen aan twee eisen: (1) originaliteit in de zin van een eigen intellectuele schepping en (2) uitdrukking van die schepping in waarneembare vorm. In dit geval oordeelde de rechter dat bepalend is in hoeverre de menselijke scheppende invloed wordt uitgeoefend. Het is dus onvoldoende als het AI-programma zelf de ontwerpbeslissing neemt op basis van open instructies. Daarbij is het van geen belang dat die instructies kort of lang zijn, het auteursrecht komt voort uit creatieve keuzes.
Dit is niet de eerste uitspraak van een Europese rechter over de vraag wat de auteursrechtelijke status is van AI-output. De lijn lijkt voorlopig dat vrije creatieve keuzes van een mens moeten worden weerspiegeld in AI-gecreëerde output. Volgens deze rechter moet de menselijke invloed domineren. Ongetwijfeld zal het Europese Hof hier in de toekomst uitspraak(en) over doen.